Samenzweringsdenken: Deel 2 – Jurgen Ceder

In mijn vorige bijdrage (deel 1) wees ik op de vele factoren die complottheorieën zo aantrekkelijk maken. Helaas zijn er een aantal fundamentele redenen waarom die verklaringen zelden of nooit kloppen. De onderstaande argumenten gelden in de eerste plaats voor het schoolvoorbeeld van alle complottheorieën: het idee dat niet Osama Bin Laden en zijn makkers de WTC-torens hebben vernietigd, maar dat geheime krachten aan de top van de Amerikaanse politiek die aanslag hebben opgezet. Mutatis mutandis gelden de beschouwingen voor de meeste samenzweringstheorieën.

 Geen alternatieve versie

Om alle gebeurtenissen van 11 september 2001 in New York op een samenhangende wijze te beschrijven en te verklaren, is een omstandige en complexe uitleg nodig. Die vindt men, meestal samengevat, terug in de officiële rapporten, de verklaringen van leidende politici en de verslaggeving van de media. Die gebruiken niet allemaal precies dezelfde bewoordingen en leggen niet dezelfde accenten, maar niemand twijfelt aan de grote lijnen: 3.000 mensen stierven doordat islamitische terroristen van Al Qaida lijnvliegtuigen in de WTC-torens boorden. Die versie geniet ook in alle gekende feiten een soliede steun.

Samenzweringtheoretici wijzen die versie af. Ze focussen vooral op de “gaten” die ze in het verhaal menen te ontwaren. Zo is één van de meest gehoorde (maar weerlegbare) argumenten tegen de officiële versie de bewering dat de WTC-torens zijn ingestort op een manier die onmogelijk het gevolg kan zijn van de inslagimpact van een vliegtuig. Men leidt daaruit af dat verborgen krachten de torens moedwillig tot ontploffing hebben gebracht. Maar verder gaat het verhaal niet: er wordt geen omvattende en samenhangende uitleg gegeven over wie die verborgen krachten precies zijn, waarom ze het hebben gedaan en hoe ze het hebben gedaan.

Dat er nooit een volwaardige, concurrerende versie voor de officiële versie opduikt, heeft natuurlijk te maken met de afwezigheid van ondersteunende feiten. En wanneer de samenzweringstheoreticus dit toch probeert, blijkt de alternatieve versie nog honderd keer kwetsbaarder te zijn voor het soort “gaten” die hij zelf in de officiële versie dacht te zien: anomalieën en tegenstrijdigheden waarvoor geen verklaring kan gevonden worden.

Toen de Russische propaganda twijfel probeerde te zaaien bij de betrokkenheid van Assad bij de vorige gifgasaanval in Syrië, werden niet minder dan drie alternatieve versies door elkaar gebruikt: dat er helemaal geen doden waren gevallen, dat de rebellen zelf een gifgasaanval hadden geënsceneerd en dat de doden het gevolg waren van verstikking in een stofwolk. Uiteraard sluiten die drie versies elkaar uit. Twijfel zaaien is dan ook de bedoeling, niet het aanbieden van een geloofwaardig alternatief.

Een foute en tegenstrijdige kijk op de politiek

In de meeste samenzweringsliteratuur worden de echte daders meestal gezocht in de sfeer van de politiek en de staat. De mensen die achter de schermen aan de touwtjes trekken zijn dan leidende figuren uit de politiek en agentschappen van de staat (CIA, FBI, NSA…). Of iets tussen de twee in. Zo wordt regelmatig verwezen naar een vage en mysterieuze entiteit die “Deep State” wordt genoemd en die als passe-partout fungeert wanneer de complotdenker geconfronteerd wordt met een moeilijk te verklaren gebeurtenis (zoals de opvallende ommekeer van Trump inzake interventies in Syrië).

Diegenen die in politieke complotten geloven zijn kritische burgers. Het is meestal niet moeilijk hen te overtuigen dat de regerende politici en hun lakeien onbekwaam, laf en kortzichtig zijn, zeker wat binnenlandse politiek betreft. Maar wanneer dezelfde mensen complotten menen te ontwaren, ontstaat plots een beeld van politici als sluwe, efficiënte en stoutmoedige organisatoren. Bovendien  zouden die behept zijn met een duidelijke visie op de beste manier om op lange termijn een bepaalde politieke doelstelling te realiseren en die erin slagen in alle discretie een grote groep uitvoerders te rekruteren om hun plannen feilloos ten uitvoer te brengen.

Mijn ervaring met de politiek en politici heeft mij geleerd dat het eerste beeld van onze leiders, als ijdele  en slordige klungels, uiteraard niet veralgemeend mag worden. Politiek is in de praktijk veel meer “Yes Prime Minister” dan “House of Cards”.

Ik heb zelden een politicus gekend die ik – zelfs in mijn wildste verbeelding – in staat zou achten om 3.000 van zijn medeburgers te vermoorden om een vaag politiek doel te bereiken. Dat zouden George Bush jr. en zijn regering volgens de complotdenkers nochtans hebben gedaan. Zelfs Hitler gebruikte een paar terdoodveroordeelden om de “Poolse aanval” op Gleiwitz op te zetten.

En ik heb al helemaal geen enkele politicus gekend die bekwaam zou zijn om een dergelijk complot feilloos voor te bereiden en uit te voeren. Staatsdiensten, geleid door politici, kunnen niet eens de treinen op tijd laten rijden! Grote, perfide en foutloos uitgevoerde complotten zijn het voorrecht van geniale booswichten uit James Bondfilms

Een onmogelijk uitgebreid geheim

“Als drie mensen een geheim willen bewaren, moeten er minstens twee van de drie dood zijn”, schreef Benjamin Franklin. De meeste complotten veronderstellen vele uitvoerders en medeplichtigen. In het geval van 9/11 zouden honderden mensen, op verschillende niveaus, betrokken moeten geweest zijn. Niet alleen zouden die daders en mededaders gewetenloze moordenaars moeten zijn die geen graten zien in het doden van 3.000 mannen, vrouwen en kinderen van hun eigen volk, ze zouden dat geheim ook in het graf moeten meenemen.

Zijn er dan geen lekken? Via Wikileaks kwamen duizenden geheime documenten in omloop. “Klokkenluiders” als Chelsea Manning en Edward Snowden deden hun best om alles wat ze wisten over de operaties van de Amerikaanse geheime diensten in de openbaarheid te brengen. Nergens kwam iets naar boven dat er zou kunnen op wijzen dat de officiële versie van 9/11 onjuist zou zijn. Ook de pers – in het samenzweringsdenken nochtans vaak gezien als medeplichtig – blijkt in de praktijk niets liever te doen dan ”geheimen” van de overheid naar buiten te brengen. Woodward en Bernstein, de journalisten die het Watergate-schandaal uitbrachten, zijn nog steeds rolmodellen voor alle onderzoeksjournalisten. De onthullingen van Assange, Manning en Snowden, die eigenlijk weinig nieuwe informatie bevatten, werden eindeloos uitgesmeerd als sensationeel nieuws.

Ook in België kregen we onlangs goede voorbeelden van bovenmatige belustheid op politieke “onthullingen”, toen onze pers een hoop ophefmakende onzin schreef over het gevechtsvliegtuigendossier (in NAVO-verband zal België eerlang zijn F-16 gevechtsvliegtuigen vervangen) en de uitwijzing van Soedanese illegalen.

Moeten we dan vertrouwen op de pers om de waarheid in gevoelige politieke kwesties naar buiten te brengen? Vanzelfsprekend niet. In het verleden heb ik het tegenovergestelde betoogd. Maar de selectiviteit van de pers is van ideologische aard. In bepaalde dossiers (zoals inzake immigratie, vluchtelingen, de gevolgen van de multiculturele samenleving) kan deze vertekening zo ver gaan dat ze in haar resultaten inderdaad op een samenzwering lijkt. Het gaat echter over de instinctieve discipline van een mierennest, niet over een bewust en centraal geleid complot.

Die ideologische bekrompenheid van pers en politiek richt trouwens veel meer schade aan dan enig bewust complot zou kunnen.


Jurgen Ceder is ‘n Belgiese politikus, juris en lid van sy plaaslike Marnixring-tak. Die artikel is verskaf deur Jan Verleysen, voorsitter van die Marnixring.

No comments yet.

Leave a Reply

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.